Premier League verbiedt gokhoofdsponsors op shirts en kost clubs miljoenen
De Premier League verbiedt vanaf het seizoen 2026/27 gokbedrijven als hoofdsponsor op de voorkant van wedstrijdshirts. Clubs kregen sinds april 2023 een afbouwperiode van drie seizoenen; de maatregel kan vooral middenmotors en kleinere clubs gezamenlijk rond €93 miljoen per seizoen kosten.
Redactie Engeland
Premier League en Engels voetbal
Verbod op gokhoofdsponsoring in Premier League
De twintig Premier League-clubs stemden in april 2023 unaniem in met een verbod op gokbedrijven als hoofdsponsor op de voorkant van shirts. Clubs kregen een overgangsperiode van drie seizoenen om bestaande contracten uit te dienen; vanaf 2026/27 mag die prominente plek niet meer door gokmerken worden ingevuld.
Financiële impact en analyses
Volgens analyses van Striver lopen de clubs die hun hoofdsponsor moeten vervangen gezamenlijk rond €93 miljoen aan inkomsten mis. Vorig seizoen stonden bij elf van de twintig clubs nog gokbedrijven op de voorkant van het shirt; dit seizoen moesten acht clubs op zoek naar een nieuwe partner vanwege het naderende verbod.
Vooral clubs buiten de traditionele top zes voelen de schade. Dergelijke gokcontracten brachten eerder ongeveer €9 tot rond €14 miljoen per seizoen op. Nieuwe deals uit andere sectoren liggen volgens de cijfers vaker tussen de €5 en rond €7 miljoen per seizoen, waardoor er een duidelijke terugval in sponsorinkomsten ontstaat.
Voorbeeld en uitzonderingen
Bournemouth illustreert het verschil. De club kreeg naar schatting ruim rond €7 miljoen per jaar van gokbedrijf BJ88; de vervangende overeenkomst met verzekeraar Vitality is volgens de berichtgeving ongeveer €5 tot rond €6 miljoen per seizoen waard.
Het verbod geldt uitsluitend voor de voorkant van wedstrijdshirts; reclame op mouwen en op trainingskleding blijft toegestaan. Clubs moeten dus alternatieve inkomsten vinden terwijl zichtbaarheid van gokmerken in andere reclamevormen behouden blijft.
Lees verder
Praat mee
Reacties
Binnenkort kun je met een La Tribuna-account reageren op dit artikel.