Vijf jaar na Propere Handen: Belgische clubs strenger gecontroleerd maar effect op witwassen blijft onduidelijk
Sinds 2021 gelden voor Belgische profclubs nieuwe antiwitwasregels: screening van zakenpartners, verplichte complianceofficers en melding van verdachte transacties aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). De maatregelen lijken de geloofwaardigheid bij banken te versterken, maar harde cijfers over opgespoord crimineel geld ontbreken.
Redactie België
Jupiler Pro League en Belgisch voetbal
De regels, ingevoerd na Operatie Propere Handen, verplichten profclubs om bedrijfsstructuren en zakenpartners te screenen, verdachte transacties te melden en een complianceofficer aan te stellen. Dat heeft geleid tot een merkbare verandering in de relatie tussen clubs en financiële instellingen: banken blijken terughoudendheid achter zich te laten. KBC verstrekte afgelopen zomer tientallen miljoenen euro’s krediet bij de overname van Antwerp, en Anderlecht-financieel directeur Tim Vanheuverzwijn ziet in die ontwikkeling een teken dat de sector aan geloofwaardigheid heeft gewonnen.
Toch is het moeilijk vast te stellen hoe effectief de regels zijn in het opsporen van witwaspraktijken. Clubs meldden sinds 2023 in totaal 31 verdachte transacties aan de CFI; de voetbalbond rapporteerde er in drie jaar 34. CFI-topman Kris Meskens noemt het aantal meldingen door clubs bescheiden, al constateert hij wel een groeiend bewustzijn binnen de sector.
Experts en clubs wijzen op beperkingen in het huidige kader. Makelaars vallen nog niet rechtstreeks onder de Belgische antiwitwasverplichtingen en investeerders die kapitaal in clubs steken worden momenteel niet altijd als cliënt beschouwd. Ook zorgt de screeningsdrempel van 10.000 euro voor veel administratieve rompslomp, zelfs bij relatief onschuldige transacties zoals de aankoop van businessseats.
Een Europese regeling die vanaf juli 2029 van kracht wordt, moet makelaars zelf onder de regels brengen en clubs verplichten om transacties met investeerders te controleren. Die Europese aanpak moet bovendien de verschillen tussen nationale regimes verkleinen en de administratieve lasten beperken.
De conclusie na vijf jaar is hierdoor dubbel: de maatregelen lijken clubs bewuster te maken en hun reputatie bij banken te verbeteren, maar hoeveel crimineel geld daadwerkelijk wordt tegengehouden blijft onduidelijk. Over het aandeel meldingen dat uiteindelijk leidt tot strafrechtelijke procedures zijn geen cijfers beschikbaar.