PAOK verdient rond €86 miljoen met eigen jeugd na bijna rond €3 miljoen jaarlijkse investering
PAOK Salonicco heeft zijn jeugdbeleid omgevormd tot een financieel en sportief succes. Door jaarlijks bijna rond €3 miljoen in de opleiding te steken, verdiende de club in de Savvidis-periode rond €86 miljoen aan zeven eigen jeugdspelers en blijft investeren in jeugd en een nieuw trainingscomplex.
Redactie Duitsland
Bundesliga en Duits voetbal
PAOK, de traditionele Griekse club uit Thessaloniki, combineert sportieve successen met een winstgevend opleidingsmodel. Onder eigenaar Ivan Savvidis en ceo Maria Goncharova investeert de club jaarlijks bijna rond €3 miljoen in jeugdontwikkeling. Die strategie leverde grote transfers op: alleen zeven uit de eigen jeugd — Giannis Konstantelias, Christos Tzolis, Konstantinos Koulierakis, Stefanos Tzimas, Tzimas (sic), Koulouris en Koutsias — brachten samen rond €86 miljoen in het laatje.
De meest zichtbare verkoop was die van Giannis Konstantelias; zijn overgang werd gemeld op rond €26 miljoen inclusief bonussen. Christos Tzolis bracht bij zijn vertrek naar Norwich rond €11 miljoen plus later nog €600.000 op. Konstantinos Koulierakis vertrok richting Wolfsburg voor rond €12 miljoen; later betaalde AS Roma rond €17 miljoen plus bonussen voor Koulierakis, een transactie die PAOK extra opleverde via het FIFA- opleidingscompensatiemechanisme.
Sportief rendement naast transferinkomsten
De focus op jeugd heeft PAOK niet zwakker gemaakt op sportief vlak. De club won sinds 2012 twee kampioenschappen en vier bekers en haalde twee keer de kwartfinales van de UEFA Conference League. Tegelijk won het jeugdprogramma 23 titels en leverde regelmatige doorstroom naar het eerste elftal.
PAOK staat nu voor een nieuw hoofdstuk: de club wil de jeugdopleiding uitbreiden en investeren in een nieuw trainingscentrum om het model verder te bestendigen. Het huidige beleid toont hoe een niet-top5-club sportieve ambities en structurele inkomsten uit transfers kan combineren.
Lees verder
Praat mee
Reacties
Binnenkort kun je met een La Tribuna-account reageren op dit artikel.