Oranje begint te vaak slaperig aan interlands; alleen Duitsland doet het slechter
Nederland start de laatste jaren opvallend vaak zwak aan interlands: sinds 2023 stond Oranje elf keer bij rust op achterstand, alleen Duitsland kwam dat nog vaker voor (dertien keer).
Redactie Nederland
Eredivisie, Oranje en Nederlands voetbal
Het moeizame 2-2 gelijkspel in Griekenland is geen incident. Sinds 2023 kwam Nederland al elf keer bij rust op achterstand, een statistiek waarin alleen Duitsland (dertien keer) nog negatiever afsteekt. Ter vergelijking: Spanje stond in de laatste 51 duels slechts twee keer bij rust achter.
Onder Ronald Koeman deed Oranje het op dit punt een stuk beter: in zijn laatste 21 interlands stond Nederland slechts tweemaal met een achterstand bij de pauze. Koemans opvolger Xavi had daarentegen na drie duels hetzelfde aantal tegen.
Noa Lang legde na het duel in Thessaloniki de vinger op de zere plek: "Zoals wij in de eerste helft voor de dag kwamen, dat moet een keer afgelopen zijn. Dat gebeurt ons te vaak. Geen idee hoe dat komt", zei de aanvaller van Napoli. "We willen ons meten met de toplanden, maar we struggelen gewoon te vaak. Als je een topland wil zijn, moet je dat uitstralen en dit soort wedstrijden gewoon winnen."
Ook verdedigend zijn er zorgen: in Thessaloniki hield Oranje voor de elfde keer op rij de nul niet. De laatste keer dat Nederland geen tegengoal kreeg, was op 17 november 2025 in de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Litouwen (4-0).
De cijfers uit de eerste helft tegen Griekenland illustreren de zwakke start: Nederland noteerde voor rust vijf schoten en kreeg er zeven tegen, waarvan twee in doel. Tegen Servië en Duitsland trad de ploeg na rust duidelijk beter naar voren.