Milan scoorde in geen enkele eerste helft: Amorim krijgt kritiek op zijn basiself
De slechte starts van Milan tegen Benfica bevestigden een patroon: de ploeg maakt nooit doelpunten in de eerste helft en trainer Amorim krijgt vragen over zijn keuzes voor de basiself.
Redactie Italië
Serie A en Italiaans voetbal
In meerdere wedstrijden dit seizoen valt hetzelfde patroon op: Milan begint zwak en moet het vaak van wissels hebben. zij kwamen pas in de 56e minuut en 11 minuten later stond Milan op voorsprong en won de wedstrijd. In het duel met Venezia zat Rabiot opnieuw op de bank; hij viel in bij 0-0 en Milan scoorde met hem — twee treffers in de laatste twintig minuten. Bij Juventus bracht Amorim na ongeveer een uur drie wissels (Loftus-Cheek, Cisse en Chukwueze voor Saelemaekers, Rabiot en Diego Moreira) en pas toen werd de voorsprong gemaakt. Tegen Lazio reageerde hij bij rust door Musah, Moreira en Pulisic te brengen; met die wissels veranderde Milan het ritme, maakte gelijk en kreeg later kansen.
Tegen Benfica verbeterden de invallers de ploeg wel, maar zij leverden geen doelpunt op. Uit die voorbeelden concludeert de tekst dat Amorim een probleem heeft met de keus van zijn elf. In een persconferentie lichtte hij zijn aanpak toe: "Het is niet mogelijk om een seizoen aan te pakken met 11 of 14 spelers", zei hij. "Om de finale te halen, moeten we de rotaties goed beheren." De kritiek luidt dat door die rotaties geen vaste typeploeg ontstaat en dat spelers niet de continuïteit en het vertrouwen krijgen om vanaf het begin te scoren. Een opvallend cijfer daarbij is dat Milan in vier competitiewedstrijden en één Europa League-wedstrijd in geen enkele eerste helft een doelpunt heeft gemaakt. De tekst sluit af met een mogelijke basissamenstelling voor het thuisduel tegen Lecce, waarin Gila terugkeert in de verdediging en Modric waarschijnlijk op het middenveld staat, maar benadrukt dat Amorim vaker de samenstelling verandert en dat daardoor de ploeg zelden in éénzelfde opstelling begint.