Michiel Kramer begint trainerscarrière bij RKC en droomt van hoofdtrainerschap bij Feyenoord
Michiel Kramer is na zijn actieve carrière gestart in de technische staf van RKC Waalwijk, waar hij onder meer met de Onder-21 werkt. Kramer onderzoekt of het hoofdtrainerschap bij hem past en noemt expliciet zijn droom om ooit hoofdtrainer van Feyenoord te worden.
Redactie Nederland
Eredivisie, Oranje en Nederlands voetbal
Michiel Kramer heeft zijn spelersloopbaan afgesloten en is nu onderdeel van de technische staf van RKC Waalwijk. Binnen de club houdt hij zich vooral bezig met de Onder-21 en begeleidt hij jonge spelers, zonder nadrukkelijk de voorgrond te zoeken. "Mijn rol hier bij RKC zal sowieso niet zozeer op de voorgrond zijn... Ik zal dus niet snel trainingen leiden of de boventoon voeren; zo ben ik als persoon niet," zegt Kramer.
Kramer put uit eigen ervaring in de omgang met jonge profs. Hij herkent gedrag dat hij zelf als speler ook vertoonde: teleurstelling als je niet speelt kan snel omslaan in irritatie of weerstand. Die herkenning gebruikt hij om spelers te corrigeren en te begeleiden: "Ik weet hoe het voelt, ik heb het ook gedaan, maar het is niet anders. Daar kun je nu naar handelen."
Ambities en toekomstplan
Kramer heeft nog geen strak carrièrepad uitgestippeld en wil eerst ervaren of het hoofdtrainerschap hem ligt. Hij noemt het trainersvak een eenzaam beroep en benadrukt dat de hoofdtrainer vaak het eerst verantwoordelijk wordt gehouden bij tegenvallende resultaten. Op termijn wil hij wel dat zijn ontwikkeling leidt tot een stabiele rol als hoofdtrainer in het betaalde voetbal: "Idealiter ben ik over tien of vijftien jaar voor een langere periode hoofdtrainer in het betaald voetbal."
De oud-Feyenoorder durft groot te denken: "Mijn droom is om ooit hoofdtrainer van Feyenoord te worden." Hij sluit niet uit dat die toekomst bij RKC begint; het is volgens hem mogelijk dat hij daar op termijn hoofdtrainer wordt, omdat hij er al lange tijd actief is.
Lees verder
Praat mee
Reacties
Binnenkort kun je met een La Tribuna-account reageren op dit artikel.