La TribunaInterview

Justin Bijlow prijst gepassioneerde fans van Genoa en hoopt op terugkeer bij Oranje

Justin Bijlow (28) mist Rotterdam, maar voelt zich thuis bij Genoa. In een interview met Il Secolo XIX noemt de doelman de supporters van zijn Italiaanse club zelfs nog gepassioneerder dan die van Feyenoord. Hij blikt ook terug op zijn blessureperiode en het missen van het WK en zegt te hopen op een terugkeer in Oranje als hij goede reddingen voor Genoa maakt.

IT

Redactie Italië

Serie A en Italiaans voetbal

1 minuut leestijd

Gemengde gevoelens over Rotterdam en Genua

Justin Bijlow zegt dat hij Rotterdam nog altijd mist, maar benadrukt dat Genua hem ook veel geeft. "Het is mijn stad, natuurlijk mis ik hem soms. Maar Genua is prachtig, vergelijkbaar, en niet alleen vanwege de zee. De warmte van de fans geeft me echt een boost. Ik was Feyenoord al gewend, maar hier zijn ze nog gepassioneerder," vertelt de 28-jarige doelman.

Persoonlijke vechtlust en herstel na blessures

Bijlow beschrijft zichzelf en zijn nieuwe club als vechters: "Ik heb nooit opgegeven en dit Genoa is net als ik: het geeft nooit op." Hij blikt terug op een periode met veel blessures: telkens als hij een hoogtepunt bereikte volgde een tegenslag, maar hij bleef doorzetten.

Teleuriging over het WK en focus op club

Het missen van het WK deed Bijlow duidelijk pijn. "Ik had gehoopt te kunnen gaan, maar de coach nam andere beslissingen en dat moet je gewoon accepteren. De eerste paar dagen waren niet prettig, maar daarna kijk je ernaar uit. Ja, ik heb getraind, maar voor mij is het normaal om tijdens mijn vakantie om fit te blijven."

Ambities voor Oranje en seizoen bij Genoa

Hij sluit de deur niet voor Oranje: "Ik wil graag terugkeren, maar ik maak me er geen zorgen over. Alles hangt ervan af of ik goede reddingen maak voor Genoa, dat is mijn eerste prioriteit." Bijlow staat momenteel aan het begin van zijn eerste volledige seizoen bij Genoa en richt zich voor nu op sportieve prestaties in de Serie A.

Video

Bekijk de beelden

Lees verder

Praat mee

Reacties

Binnenkort kun je met een La Tribuna-account reageren op dit artikel.