Jeremiah St. Juste: 'Kom op, zó wilde ik niet eindigen'
Jeremiah St. Juste (29) erkent dat hij zichzelf vorig seizoen voorbijliep in zijn poging Feyenoord te helpen, maar stelt dat hij nu weer de stabiele leider in de defensie is. Hij spreekt over druk, mentale gezondheid, geluk en trots.
Redactie Nederland
Eredivisie, Oranje en Nederlands voetbal
Jeremiah St. Juste noemt zichzelf weer de stabiele leider in de defensie nadat het vorig seizoen even zoek was. Hij feliciteerde recent Gjivai Zechiël met diens oproep voor Oranje, en denkt terug aan zijn eigen eerste oproep voor het Nederlands elftal vijf jaar geleden onder bondscoach Frank de Boer. Daarna raakte hij uit beeld, speelde bij FSV Mainz 05 en Sporting Portugal en keerde halverwege vorig seizoen terug bij Feyenoord.
St. Juste zegt dat zijn terugkeer ook gepaard ging met te veel willen helpen in de jacht op de tweede plaats in de Eredivisie, die recht gaf op een direct Champions League-ticket. “Ik besef dat ’t er soms gek uitzag”, zegt hij. Hij beschrijft hoe hij bij Fortuna Sittard de clubarts van het veld duwde om haast te maken en naast toenmalig trainer Robin van Persie druk stond te coachen en te gebaren. Kort daarna raakte hij geblesseerd.
“Deels was dat gewoon die passie van me”, kijkt St. Juste terug. “En als die passie er dan niet op de juiste manier uitkomt in het veld, kan men het zien als over the top gedrag buiten het veld. Zo van: Wat doet hij nou raar? Maar ja, dat is dus ook de druk. We moesten tweede worden en ik wilde winnen. Altijd maar winnen.” Hij zegt dat die periode hem bewust maakte van de grens tussen passie en zelfopoffering en van onderwerpen als mentale gezondheid en druk in het profvoetbal.