Hans Vanaken worstelt met zware belasting: Club Brugge ziet zijn motor tijdelijk sputteren
Hans Vanaken (34) is al jaren de spelbepaler van Club Brugge, maar dit seizoen lijkt hij voor het eerst in lange tijd minder vaak het ritme te kunnen dicteren. Een jarenlange hoge speellast, plus een aangepast middenveld met Freddy Potts en Hugo Vetlesen, helpen niet mee.
Redactie België
Jupiler Pro League en Belgisch voetbal
De cijfers benoemen helder hoeveel van Vanaken gevraagd is de afgelopen seizoenen. In de Jupiler Pro League speelde hij vorig seizoen 3.367 minuten, verdeeld over 39 wedstrijden. Het jaar daarvoor kwam hij tot 3.445 minuten in 39 competitieduels. In 2023-2024 was dat 3.349 minuten en in 2022-2023 zelfs 3.574 minuten. Vier seizoenen op rij dus rond of boven de 3.300 competitieduren.
Daar kwam nog een forse Europese en interlandbelasting bovenop. Vorig seizoen speelde Vanaken tien Champions League-wedstrijden, goed voor 900 minuten. Vervolgens vertegenwoordigde hij België op het WK, waar hij vijf wedstrijden speelde en 314 minuten maakte, tot en met de kwartfinale tegen Spanje.
Die opeenstapeling van duels betekent dat Club Brugge niet met een volledig uitgeruste Vanaken aan dit seizoen begon. Hij had weinig tijd om te herstellen en de knop om te draaien: terwijl ploeggenoten vakantie hadden, werkte hij nog een WK af. Toen het nieuwe clubseizoen begon, moest Vanaken meteen weer de speler worden rond wie het middenveld draaide.
Andere middenveldverhoudingen en zijn rol
Naast de fysieke belasting speelt ook de wijziging in de samenstelling van het middenveld een rol. Met Freddy Potts en Hugo Vetlesen naast zich is de balans en de taakverdeling anders dan in veel van de voorgaande seizoenen. Vanaken hoeft niet meer op precies dezelfde manier alles te verbinden, maar moet zich opnieuw oriënteren binnen die constellatie en uitzoeken waar zijn meest effectieve positie ligt.
Die aanpassing valt op wanneer Club Brugge onder druk komt te staan. In eerdere jaren was Vanaken vaak degene die een moeilijke fase vertraagde, een vrije man vond of met een beslissende pass het ritme veranderde. In de wedstrijd tegen Aston Villa kwam dat in de eerste helft nauwelijks tot uiting: Club werd overlopen en Vanaken slaagde er niet in het tempo naar zijn hand te zetten. De 3-2-nederlaag tegen Aston Villa was volgens die lezing misschien wel de meest veelzeggende wedstrijd, omdat Club voor rust duidelijk zwak speelde en Vanaken daar deel van uitmaakte.
Bij die wedstrijd werd Vanaken na 77 minuten naar de kant gehaald, samen met Vetlesen. Daarbij moest hij ook met last aan de hamstring behandeld worden. Dat moment onderstreept de boodschap van de statistieken: zijn lichaam heeft de voorbije jaren erg veel moeten doorstaan.
Speeltijd en productiviteit dit seizoen
Ook dit seizoen is zijn speeltijd hoog. Na vijf competitieduels staat Vanaken op 442 minuten: hij miste dus nauwelijks speeltijd en begon vrijwel alle duels. Toch staat daar tot nu toe slechts één doelpunt tegenover en nog geen assist, een productie die voor Vanaken ongewoon laag is.
Die cijfers betekenen niet dat Vanaken plots een mindere speler is; zijn loopbaan toont juist aan hoe betrouwbaar hij jarenlang is geweest. Wel wijst alles erop dat hij nog niet volledig op zijn gemak is in de nieuwe verhoudingen en dat lichaam en ritme tijd nodig hebben om te herstellen.
Club Brugge lijkt voor een keuze te staan in de manier waarop het met Vanaken omgaat: hem zwaarder belasten of hem juist ontlasten zodat Potts en Vetlesen meer automatisme krijgen en het middenveld collectiveker gaat functioneren. Als die verhoudingen groeien, kan Vanaken mogelijk weer vaker optreden op de manier waarin hij het verschil maakt: tussen de linies verschijnen, het spel versnellen met één balcontact en beslissend zijn rond de zestien.
De ironie is dat een speler die jarenlang bijna altijd beschikbaar was, ook menselijk is. Vanaken speelde vorig seizoen 72 wedstrijden, inclusief een WK dat doorliep tot bijna half juli. Nu lijkt het vooral belangrijk dat hij de tijd en de ruimte krijgt om weer op zijn beste niveau te geraken zonder extra risico op overbelasting.