Ferri: 'Ik ben geen typische Spaanse spits'
Nacho Ferri (22) heeft zich snel aangepast bij Feyenoord. De spits vertelt over zijn voetbalontwikkeling, zijn weg via Duitsland en België en waarom zijn bijnaam El Toro niet helemaal bij hem past.
Redactie Nederland
Eredivisie, Oranje en Nederlands voetbal
Nacho Ferri vertrok op zijn zestiende uit Spanje om zijn loopbaan bij Eintracht Frankfurt voort te zetten. De beginperiode in Duitsland was moeilijk; hij was ver van huis en sprak de taal niet, maar hij hield vast aan zijn doel om profvoetballer te worden. Bij Frankfurt maakte Ferri zijn debuut in het eerste elftal en kwam hij tot één doelpunt in de Bundesliga.
Om meer speelminuten te krijgen werd Ferri verhuurd aan KV Kortrijk en later speelde hij voor KVC Westerlo, waar hij elf doelpunten maakte. Afgelopen zomer maakte hij de overstap naar Feyenoord. Bij Feyenoord kon hij rustig wennen achter Ayase Ueda en sindsdien kreeg hij meer kansen; Ferri maakte onder meer drie doelpunten tegen PEC Zwolle en staat nu op vier doelpunten voor de Rotterdamse club.
Zijn snelheid valt op: in het interview met het Algemeen Dagblad wordt een topsnelheid van 35,7 kilometer per uur genoemd. Met zijn lengte van 1,94 meter probeert hij ook zijn fysieke kracht te benutten, maar hij ziet nog ruimte voor verbetering in zijn afronding. Bij Westerlo werkte hij daaraan met assistent-trainer Bart Goor.
In België kreeg Ferri de bijnaam El Toro, Spaans voor 'de stier'. De spits vindt de bijnaam leuk, maar vindt hem niet volledig passend. "Ik combineer het fysieke van het Duitse, Belgische en misschien ook wel Nederlandse voetbal met het technische aspect van het Spaanse voetbal," zegt Ferri. Hij benadrukt dat het team het huidige niveau moet vasthouden: "We draaien goed, het is aan ons om dit door te trekken. Zelfvertrouwen doet dan veel met een speler. Ik kan je vertellen: dat zelfvertrouwen heb ik wel."