Europese voetbalbonden keren zich tegen nieuwe interlandkalender en vragen snelle herziening
De nieuwe internationale wedstrijdkalender, bedoeld om spelers te ontlasten, ligt na enkele interlandperiodes al zwaar onder vuur. Tijdens een bijeenkomst in Berlijn uitten Europese voetbalbonden stevige kritiek en dringen ze bij UEFA aan op een terugkeer naar het oude systeem.
Redactie Engeland
Premier League en Engels voetbal
De nieuwe interlandkalender, die onder andere de afzonderlijke periodes in september en oktober vervangt door langere onderbrekingen met meerdere duels, heeft in de praktijk extra problemen opgeleverd. In de voorbije interlandperiode speelden Europese nationale teams vier Nations League-wedstrijden binnen een periode van elf dagen, terwijl de totale onderbreking drie weken duurde. Dat zorgde volgens aanwezige bonden voor een hoge belasting van spelers en een toegenomen blessurerisico.
Tijdens een bijeenkomst van Europese voetbalbonden in Berlijn bleek het verzet vrijwel unaniem. Vertegenwoordigers haalden zowel de fysieke druk op spelers als organisatorische en financiële nadelen aan. Debbie Hewitt en Mark Bullingham, respectievelijk de voorzitter en de algemeen directeur van de Engelse voetbalbond, brachten die zorgen expliciet naar voren. Kleinere landen voelen zich extra benadeeld omdat zij minder ruime selecties hebben en moeilijker hun sterspelers rust kunnen geven.
Ook België merkte concrete gevolgen: de Rode Duivels speelden tijdens de laatste interlandperiode vier Nations League-wedstrijden, waaronder twee ontmoetingen met Frankrijk, en ondervonden daardoor een bijzonder druk programma terwijl veel internationals bij hun clubs al zwaar belast zijn.
De Europese bonden willen dat UEFA bij FIFA aandringt op herstel van de vroegere, kortere interlandperiodes. Een snelle aanpassing lijkt echter lastig: de internationale wedstrijdkalender werd in 2023 vastgesteld en staat voorlopig vast tot 2030. Ondanks het brede protest blijft de nieuwe formule daarom voorlopig van kracht.