La TribunaInterview

Charles Vanhoutte: ‘Ik cijfert me graag weg en wil Feyenoord bij elkaar houden’

Charles Vanhoutte (27) praat aan de vooravond van Feyenoords uitwedstrijd tegen Cambuur over zijn rol als verdedigende middenvelder. De Belg zegt bescheiden te zijn, goed begonnen te zijn in De Kuip en benadrukt dat zijn taak vooral is om het team bij elkaar te houden, zowel op als buiten het veld.

NL

Redactie Nederland

Eredivisie, Oranje en Nederlands voetbal

1 minuut leestijd
Charles VanhoutteWout van AertMark van BommelFeyenoordSC Cambuur

Charles Vanhoutte is dit seizoen een vaste naam op het middenveld van Feyenoord en omschrijft zichzelf nadrukkelijk als iemand die zich liever wegcijfert dan de aandacht opzoekt. De 27-jarige Belg benadrukt dat zijn primaire taak binnen het team defensief werk verrichten en stabiliteit geven: hij moet het elftal als verdedigende middenvelder bij elkaar houden.

Vanhoutte zegt dat zijn start in De Kuip goed was en dat hij zich wil blijven bewijzen door consistent werk te leveren in positie en pressing. Hij bespreekt ook thema’s buiten pure voetbalzaken: maatschappelijke betrokkenheid is hem belangrijk, en die rol vervult hij op zijn manier naast het veld.

Verschil in mentaliteit en ideeën over bondscoach

In het interview vergelijkt Vanhoutte de mentaliteit binnen Nice met die bij Feyenoord: hij ziet verschillen in aanpak en cultuur en gebruikt die ervaringen om zich aan te passen aan Feyenoord's manier van werken. Daarnaast spreekt hij over publieke figuren uit de Belgische sportwereld, waaronder wielrenner Wout van Aert, en over het idee van Mark van Bommel als bondscoach—onderwerpen die hij in het gesprek aansnijdt om zijn brede blik op sport en leiderschap te illustreren.

Vanhoutte voegt dat zijn voorkeur uitgaat naar bescheidenheid en teamwerk: hij loopt niet te koop met zichzelf en wil vooral bijdragen aan het collectief. Het interview verscheen aan de vooravond van Feyenoords uitwedstrijd bij SC Cambuur.

Lees verder

Praat mee

Reacties

Binnenkort kun je met een La Tribuna-account reageren op dit artikel.