Amorim wisselt van systeem bij Milan: van 3-4-2-1 naar meerdere opstellingen
Ruben Amorim heeft bij AC Milan niet vastgehouden aan één systeem. Gazzetta dello Sport typeert zijn aanpak als kameleontisch en telt meerdere formaties die hij dit seizoen gebruikte.
Redactie Italië
Serie A en Italiaans voetbal
Bij zijn aantreden leek de 3-4-2-1 de standaardopstelling onder Ruben Amorim, maar dat beeld veranderde al snel. Voor de interlandperiode speelde Milan veelal in dat systeem; in de laatste wedstrijd vóór de onderbreking, de 3-0-zege op Lecce, testte Amorim een 4-2-3-1.
Sindsdien lijkt de 4-2-3-1 grotendeels te zijn opgeborgen: Amorim past vaker per wedstrijd aan en brengt zelfs tijdens duels verschuivingen in de opstelling, zoals tegen Atalanta. Naast de twee middenvelders uit het 3-4-2-1 heeft hij ook varianten met een driemansmiddenveld geprobeerd, onder meer met de 4-2-3-1 en de 4-3-3.
Adrien Rabiot speelt een sleutelrol in die flexibiliteit. Zijn aanwezigheid geeft ruimte aan Luka Modric; door Rabiot en een extra controlerende kracht achter Modric oogt de Kroaat scherper en waardevoller dan vorig seizoen. Die keuzes illustreren hoe Amorim zijn team op basis van beschikbare spelers en tegenstander steeds wisselend laat spelen.