Amorim experimenteert bij Milan met posities: van visionaire vondsten tot mislukte proefballonnetjes
Sinds het begin van het seizoen gebruikt Ruben Amorim bij Milan meerdere spelers op ongewone posities. Sommige verplaatsingen pakten goed uit, andere waren minder geslaagd, van Gila als vleugelverdediger tot Cisse als centrumspits.
Redactie Italië
Serie A en Italiaans voetbal
Ruben Amorim heeft dit seizoen consequent geëxperimenteerd met formatie en rolbezetting bij Milan. Onder zijn leiding zijn systemen zoals 4-3-3, 4-4-1-1 en 4-2-3-1 afgewisseld en meerdere spelers kregen kansen op niet-standaardposities.
Sommige pogingen leverden direct resultaat. Gila werd in Reggio Emilia als vleugelverdediger gebruikt en leverde daar belangrijke defensieve interventies en opbouw met de bal; Moreira kreeg in een vergelijkbare rol minuten en gaf een assist aan Rabiot. Bij Udine maakte Sankhoun Diawara zijn debuut in de Serie A als basisspeler, een onverwachte stap die enthousiasme wekte.
Andere experimenten waren minder overtuigend. Cisse werd meerdere keren als centrale spits geprobeerd, onder meer in de Europa League tegen een Engelse tegenstander, maar oogde daar vaak buiten zijn element, ondanks eerdere goede optredens met de Italiaanse U21 en een dubbele treffer tegen Lazio in Rome. Hutchinson arriveerde met de verwachting op de vrije rol achter de spits, maar is daarna vaker naar de flank verhuisd; zijn eerste Milan-treffer kwam in Udine, in de meer geavanceerde positie.
Davide Bartesaghi werd tegen Udine als linksbuiten in een 4-2-3-1 geposteerd en kwam dicht bij scoren. Amorim vatte zijn indruk samen: “Hij is aanvallend beter dan verdedigend. Hij moet het verdedigende aspect verbeteren, maar hij heeft veel snelheid en geeft goede voorzetten.” Rabiot is eveneens in alternatieve rol gebruikt; de trainer ziet hem ook als aanvallende middenvelder om zijn loopacties achter Ramos te benutten.
Al met al laat Amorim het team flexibel opstellen en geeft hij veel spelers nieuwe taken om te onderzoeken wie op langere termijn het meeste kan bijdragen. De wisselende uitkomsten tonen zowel de creativiteit van de trainer als de grenzen van sommige positiespecialisten.